Glamour’s annual Summer story

 

Magazine Glamour asked me to write a summer story based on the premise: “the day that everything changed”. Below you find the story I wrote, titled “Let it rain”.

laat het regenen

Laat het regenen

De zon schijnt op Bulat. Hij zit in de trein en bekijkt de heuvels in de verte. Bergen, in dit land. Hij fantaseert een gigantische buikdanseres op de heuvels. Honderden muntjes, geregen rond haar lichaam. Klaterend zonlicht.

Hij glimlacht naar een geüniformde snor en krijgt zijn kaartje bestempeld terug. Die kreukels in dat pak!

Blik op de horizon. Wolken zwanger van regen golven erlangs. Ze zullen in duizend spetters uiteenbreken. Dat hemelgewelf! Die kleur blauw. Nu roze. Die wolk daar, die onaffe, witte massa met haar grijze organen. Zal zij kalm verder glijden, over de groene biljartlakens van Nederland? Of de nonchalant kauwende koeien doorweken?

Zijn telefoon trilt. Cheryl. “Druppel je olie ook over me borsten?” Bulat stopt zijn telefoon weer weg. Grijnst.

*

Hij loopt langs handdoeken. Over uitgestoken enkels. Ze voelen zich vrij in hun strak aangesjorde zwembroeken en bikini’s. Hij ziet het en hij wil het. Hij schuift zijn bril met de ronde, roze glazen verder zijn neus op. Zijn zwarte broek is in een keurige vouw gestreken, een loodlijn van heup tot enkel. Lieve, zorgzame Ummi. Zijn schoenen heeft hij zelf gepoetst. Precies zoals ze hem hebben geleerd.

Misschien moest hij slonziger gaan worden. Burgers zijn slonziger dan soldaten.

Hij kijkt weg van hun lijven, op naar de lucht. Wolken drijven niet, constateert hij, wolken dwarrelen. Maar zó loom dat wij eenvoudige mensen ze niet meer kunnen volgen. Dit raadsel, dan: terwijl de wind de wolken zó langzaam laat bewegen, jaagt ze óók het zand op. En doet ze die strandvlaggen driftig wapperen. Allemaal tegelijk! Hoe kán dat toch? Iemand die een paar M43 cartridges leegschiet. In een dorp dat wegduikt achter de horizon, daar lijkt het geluid op.

Maar hier wordt gelachen.

Bulat loopt naar het toernooi. De tikkende vlaggen in de wind klinken nu niet meer als kogels. Terloops geschreeuw, een chaotische yell. Het scheidsrechtersfluitje. De doffe tik van een vuist tegen een bal. Een Tyulpan 240 millimeter. Vierhonderd, nee, vijfhonderd meter afstand. Meer dof gestuiter, afkomstig van polsen, van vingertoppen. Een bal ketst op het kleffe zand. Twee mannen juichen. Het telraam staat op twintig- zestien.

Na het setpoint meldt Bulat zich bij de scheidsrechter met de blonde kuif. Ze schudden elkaar de hand. ‘Jij tafelt bij veld twee,’ glimlacht hij, en hij wijst.

Bij veld twee trekt Bulat de aluminium cijfers over hun telringen. Vier nullen op appèl. Hij bekijkt de scoreformulieren en begint ze in te vullen, genietend van de futiele, administratieve taak. Datum, naam scheidsrechter, teamnamen… Bureaucratie is troostend. Uit één van de twee flesjes op de teltafel schenkt hij zichzelf water in. Dan gaat zijn telefoon. “Tot ik me lip kapot bijt!? Horny! Me Perzik in yo face captain hahaha.”

‘Bulat Rohing.. Rohingie?’

Hij bevestigt zijn naam met teveel trots, hij staat te plotseling op. Snel zet hij zijn zonnebril af.

Haar samengeknepen ogen zijn groen, haar rode krullen vettig. Ze heeft vegen zonnebrandcrème onder haar ogen en draagt een wijd vallend sweatshirt boven een joggingbroek. Hij is verrast als hij in de plooien van haar trui, rondom haar navel, een flinke welving ziet. Een heuveltje.

‘Liselotte, aangenaam. Geen grasshoppers,’ zegt ze.

‘Sorry?’

‘De zoemer ging, toch?’

Bulat kijkt van de vrouw naar het volleybalveld. Een verveeld tweetal speelt een bal over.

‘Toch?’ Liselotte grijpt de stoelleuning vast terwijl ze gaat zitten.

Moet ze niet rusten?

Ze praten en wachten. Ze complimenteert zijn Nederlands, maar springt af en toe over op het Engels. Hij antwoordt haar steevast in het Nederlands. Zijn leugens over vroeger raken verstevigd door hun taalbarrières.

Hij negeert zijn telefoon. Ze drinkt haar flesje water snel leeg. Bulat ziet ringen van condens spiegelen in het tafelblad. Hoeveel water gaat nu naar haar baby? Het tweede team komt aanlopen, ze zijn te laat en veel te vroeg. Ze krijgen een standje van de scheidsrechter, lachen schuchter, winnen de toss en serveren. Liselotte biedt aan te turven, dan houdt hij de score-per-persoon bij?

*

Hij kan de druppeltjes op haar bovenlip niet tellen. Misschien zijn het er wel meer dan sproeten in haar gezicht. Ze stopt de zoom van haar t-shirt in haar joggingbroek en trekt puffend haar trui uit. Roodharige Maria. Bulat staat op en trekt een parasol naar hun teltafel. Die VIP’s hebben hun schaduw niet nodig. Liselotte draait lachend een aluminium plaatje om en verontschuldigt zich naar de morrende scheidsrechter. Twaalf achttien, kift hij, en hij zegt dat ze moeten opletten. Maar Bulat staart naar Liselotte’s buik, het uitstekende knopje van haar navel. Ineens vraagt Bulat zich af hoeveel kinderen er waren geweest als… en hij maakt ook dit keer de vraag maar niet af.

De uitzettende en inkrimpende schaduw van haar buik over het zand. Laat wolken loom boven ons dwarrelen, duizend dagen lang. Laat hem een mensje zien opgroeien dat hem zal overleven. Dat deze mevrouw Liselotte zal overleven. Het zal bijna zijn kind zijn. Laat het regenen. Hij schrikt. Hij duwt de ongecontroleerde vreugde terug. Zijn knokkels zijn wit.

Een kitsche, zoete geur. Direct erachteraan: twee handen op zijn schouders. Borsten die zijn achterhoofd schampen. Hij ziet Liselotte kijken naar de vrouw die achter hem staat, de vrouw die hen hult in nauwsluitend parfum. Een papieren kokertje waait weg op de wind. Korrels suiker tussen het zand. Ze roert haar lepeltje door een kopje koffie. ‘Heeey, majoor.’ Ze tikt haar lepeltje af op de rand van haar kopje en likt suggestief aan haar lepeltje. ‘Is het spannend? Kon je niet vinden, man.’

Haar sms’jes, acrylnagels, haar visgraten panty. Hij kan het niet meer. Verdwijn.

‘Zit me kapitein je te vervelen? Hai, Cheryl, lekker weertje. Wel heet, hé?’

Bulat ziet hoe Cheryl zich voorover buigt om Liselotte de hand te schudden. Haar borsten obsceen. Wat zeg je daarvan, dichtertje? Haar schoteltje gaat schever en schever…

‘Pas op,’ roept hij, en hij veert op. Verdediging is de beste aanval. Cheryl schrikt. Haar kopje klettert om. De hete koffie – wie drinkt er nou hete koffie in de zomer? – plenst op Liselotte’s buik. Liselotte schreeuwt het uit, springt op, en kijkt verschrikt van Cheryl naar Bulat. Ze trekt haar trui van haar buik, angst op haar gezicht. Het moment duurt.

En ineens lacht Liselotte. ‘O, sorry,’ zegt ze.

‘Nee, ik, gek. Jees, hejje je pijn gedaan? O schat, ik schrok me de marinerambam. Bulat, waarom doe je nou zo, schatje o wacht ik pak een doekie, doet het pijn, hejje, wacht effe, hoor?’

Bulat ziet hoe Cheryl Liselotte bij haar schouder vasthoudt. En haar t-shirt van haar buik trekt. En met haar handen de gemorste koffiedruppels van Liselotte’s buik probeert te wrijven.

Hoe dichtbij ze is, bij dat kindje. Dat lieve kindje.

‘Bulat, haal jij even een doekje?’

‘Laatste set, tafelaars. Telt u nog even mee?’

‘Bulat!?’

‘Bulat!’

*.*